ECLI:NL:HR:2025:943
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht
De Hoge Raad heeft op 13 juni 2025 het beroep in cassatie van A.F.M.J. Verhoeven tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 november 2024 behandeld. De kern van het geschil betrof de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie. De griffier van de Hoge Raad heeft de indiener van het beroepschrift op 12 februari 2025 per aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht en een termijn van vier weken gesteld om dit te voldoen.
Ondanks dat de brief volgens Track&Trace is afgeleverd, is het griffierecht niet betaald. Vervolgens heeft de griffier op 14 april 2025 een tweede aangetekende brief gestuurd met de mogelijkheid om een toelichting te geven op het niet betalen van het griffierecht. Ook deze brief is volgens Track&Trace afgehaald, maar de indiener heeft geen gebruik gemaakt van deze gelegenheid.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om de proceskosten aan de indiener op te leggen. Dit arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.