Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
17 juni 2025.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft het bezit van 11,12 gram cocaïne, waarbij het Openbaar Ministerie (OM) in eerste aanleg niet-ontvankelijk werd verklaard. Verdachte voerde verweer dat het OM niet ontvankelijk mocht worden verklaard wegens schending van het ne bis in idem-beginsel, omdat hij reeds een dwangsom had verbeurd voor een feit dat volgens hem hetzelfde was.
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden verklaarde het OM echter ontvankelijk in vervolging, ondanks het ne bis in idem-verweer van verdachte. Verdachte ging hiertegen in cassatie bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat het cassatieberoep niet tot vernietiging van het arrest van het hof kan leiden. De Hoge Raad zag geen aanleiding om in dit geval de ontvankelijkheid van het OM te betwijfelen en hoefde geen nadere motivering te geven, mede omdat het oordeel niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Daarmee bevestigde de Hoge Raad het standpunt van het hof dat het OM ontvankelijk was, ondanks het eerdere verbeuren van een dwangsom door verdachte, en verwierp het cassatieberoep.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de ontvankelijkheid van het OM in vervolging voor bezit van cocaïne.