Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2025:887

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 juni 2025
Publicatiedatum
6 juni 2025
Zaaknummer
23/03682
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 302.1 SrArt. 41.1 SrArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in zaak zware mishandeling met noodweerverweer

In deze strafzaak stond verdachte terecht voor zware mishandeling. De rechtbank sprak verdachte vrij, waarna het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het hoger beroep behandelde. Het hof verwierp het beroep van verdachte en oordeelde dat het gebruik van bewijsmiddelen juist was en dat het noodweerverweer niet aannemelijk was.

De verdediging stelde in cassatie dat het hof onrechtmatig bewijsmateriaal had gebruikt en dat het noodweerverweer ten onrechte was verworpen. De Hoge Raad oordeelde dat het hof de bewijsmiddelen op juiste wijze had betrokken bij de bewezenverklaring en dat de verwerping van het noodweerverweer voldoende was gemotiveerd.

De Hoge Raad benadrukte dat het hof terecht had geoordeeld dat het op iemand aflopen met een tuinstoel geen dreigende noodweersituatie oplevert, zeker niet wanneer verdachte met een koevoet bewapend het erf betrad. De klachten van verdachte werden verworpen en het cassatieberoep werd afgewezen.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/03682
Datum10 juni 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 september 2023, nummer 21-005620-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J. Kuijper bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
Namens de benadeelde partij [benadeelde] heeft de advocaat K. Aantjes een verweerschrift ingediend.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over het gebruik door het hof van bewijsmiddelen die niet redengevend zijn voor de bewezenverklaring en over de verwerping van het door de verdediging gedane beroep op noodweer.
2.2
Het cassatiemiddel faalt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.

3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
10 juni 2025.