Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
6 juni 2025.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak stond centraal of Rabobank aansprakelijk kon worden gehouden voor het faillissement van OAD, omdat de bank een verzoek om een overbruggingskrediet niet had gehonoreerd. OAD stelde dat de bank onzorgvuldig had gehandeld door vast te houden aan een deadline voor het krediet.
De rechtbank Midden-Nederland en het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden hadden eerder geoordeeld dat de bank vrij stond een eigen afweging te maken over het al dan niet honoreren van het kredietverzoek. Het hof vond het niet onbegrijpelijk dat de bank vasthield aan de gestelde deadline.
OAD stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad, die de klachten over het oordeel van het hof heeft beoordeeld. De Hoge Raad oordeelde dat deze klachten niet tot vernietiging van de eerdere beslissingen konden leiden en dat het niet nodig was om de zaak inhoudelijk te motiveren in het kader van artikel 81 lid 1 RO Pro.
De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en veroordeelde OAD in de proceskosten, waarmee de aansprakelijkheid van Rabobank voor het faillissement van OAD definitief werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van OAD en bevestigt dat Rabobank niet aansprakelijk is voor het faillissement.