Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2025:857

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 juni 2025
Publicatiedatum
5 juni 2025
Zaaknummer
24/01992
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep over aansprakelijkheid bank bij faillissement OAD

In deze zaak stond centraal of Rabobank aansprakelijk kon worden gehouden voor het faillissement van OAD, omdat de bank een verzoek om een overbruggingskrediet niet had gehonoreerd. OAD stelde dat de bank onzorgvuldig had gehandeld door vast te houden aan een deadline voor het krediet.

De rechtbank Midden-Nederland en het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden hadden eerder geoordeeld dat de bank vrij stond een eigen afweging te maken over het al dan niet honoreren van het kredietverzoek. Het hof vond het niet onbegrijpelijk dat de bank vasthield aan de gestelde deadline.

OAD stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad, die de klachten over het oordeel van het hof heeft beoordeeld. De Hoge Raad oordeelde dat deze klachten niet tot vernietiging van de eerdere beslissingen konden leiden en dat het niet nodig was om de zaak inhoudelijk te motiveren in het kader van artikel 81 lid 1 RO Pro.

De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en veroordeelde OAD in de proceskosten, waarmee de aansprakelijkheid van Rabobank voor het faillissement van OAD definitief werd verworpen.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van OAD en bevestigt dat Rabobank niet aansprakelijk is voor het faillissement.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer24/01992
Datum6 juni 2025
ARREST
In de zaak van
STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR OAD GROEP HOLDING,
gevestigd te Goor,
EISERES tot cassatie,
hierna: OAD,
advocaat: J.H.M. van Swaaij,
tegen
COÖPERATIEVE RABOBANK U.A.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Rabobank,
advocaten: J.W.M.K. Meijer en F.J.L. Kaptein.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/16/450297 / HA ZA 17-775 van de rechtbank Midden-Nederland van 3 juli 2019 en 2 februari 2022;
b. de rolbeslissingen en het arrest in de zaak 200.309.909 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 23 augustus 2023 (rolbeslissing), 12 september 2023 (rolbeslissing) en 20 februari 2024 (arrest).
OAD heeft tegen de rolbeslissingen en het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. Rabobank heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor Rabobank mede door E.C.L. van de Langerijt.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van OAD heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van de middelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de rolbeslissingen en het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van de rolbeslissingen en het arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt OAD in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Rabobank begroot op € 16.410,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien OAD deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
6 juni 2025.