Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
27 mei 2025.
Hoge Raad
In deze strafzaak werd verdachte verdacht van poging tot doodslag en openlijke geweldpleging in Rotterdam in 2021, waarbij hij met een breekijzer op het hoofd van een ander sloeg. Het gerechtshof Den Haag heeft op 20 december 2023 uitspraak gedaan in deze zaak. Verdachte stelde beroep in cassatie tegen dit arrest.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en de procureur-generaal de gelegenheid gegeven een advies uit te brengen. Gezien de inhoud van het beroep en het ontbreken van een schriftelijk standpunt van de advocaat-generaal, heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het cassatieberoep geen kans van slagen heeft.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft de Hoge Raad het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk verklaard. Hiermee is het arrest van het gerechtshof in stand gebleven. De uitspraak is gedaan door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 27 mei 2025.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard en het arrest van het hof blijft in stand.