ECLI:NL:HR:2025:807

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 mei 2025
Publicatiedatum
22 mei 2025
Zaaknummer
22/04745
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 310 SrArt. 6 lid 1 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak en vermindering gevangenisstraf medeplichtigheid autodiefstallen

De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplichtigheid aan twee autodiefstallen. De verdachte was in eerste aanleg vrijgesproken. Het hof oordeelde dat verdachte de medeverdachte naar de plaats van de diefstallen had gebracht en dat hij beschikte over voorwerpen geschikt voor het openen en wegnemen van auto's.

De verdediging voerde bewijs- en motiveringsklachten aan over de rol van de persoon op de bijrijdersstoel, het bezit van de voorwerpen en het opzet van verdachte. De Hoge Raad oordeelde dat het hof zijn oordeel voldoende begrijpelijk en gemotiveerd had onderbouwd op basis van de feiten en omstandigheden, waaronder camerabeelden en het ontbreken van ontlastende verklaringen.

De Hoge Raad vernietigde het arrest echter gedeeltelijk vanwege overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, waardoor de opgelegde gevangenisstraf werd verminderd met zes maanden. Het cassatieberoep werd voor het overige verworpen, waarmee de veroordeling tot medeplichtigheid in stand bleef.

Uitkomst: Hoge Raad bevestigt medeplichtigheid en vermindert gevangenisstraf wegens termijnoverschrijding.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/04745
Datum27 mei 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 13 december 2022, nummer 23-001961-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat D.L.A.M. Pluijmakers bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf en tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat de bewezenverklaring van het onder 1 en 4 tenlastegelegde niet uit de bewijsvoering kan worden afgeleid.
2.2
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van zes maanden.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
- vermindert deze in die zin dat deze vijf maanden en drie weken beloopt;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
27 mei 2025.