Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
21 januari 2025.
Hoge Raad
In deze strafzaak stond de verdachte terecht wegens dood door schud in het verkeer, nadat hij met een vrachtwagen bij groen licht rechtsaf sloeg en een rechtdoor gaande fietser overreed. Het hof Den Haag had de verdachte veroordeeld tot een taakstraf en vervangende hechtenis. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest.
De Hoge Raad heeft het cassatiemiddel van de verdachte beoordeeld en geconcludeerd dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het hofarrest, behalve wat betreft de omvang van de opgelegde taakstraf en vervangende hechtenis. Omdat meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep, was de redelijke termijn overschreden zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het hofarrest uitsluitend voor wat betreft de strafmaat en verminderde de taakstraf van 240 naar 228 uren en de vervangende hechtenis van 120 naar 114 dagen. Het overige beroep werd verworpen. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 21 januari 2025.
Uitkomst: De taakstraf wordt verminderd naar 228 uren en de vervangende hechtenis naar 114 dagen wegens overschrijding van de redelijke termijn.