ECLI:NL:HR:2025:745

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 mei 2025
Publicatiedatum
15 mei 2025
Zaaknummer
23/02594
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 302 SrArt. 45 SrArt. 41 SrArt. 81 Wet RO
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak poging zware mishandeling met noodweerexces

De zaak betreft een poging tot zware mishandeling waarbij de verdachte meerdere steekbewegingen met een mes uitvoerde in de handen van de aangeefster na een ruzie in de keuken van de woning van verdachte. Het hof Arnhem-Leeuwarden heeft de verdachte veroordeeld, waarbij de vraag speelde of sprake was van noodweerexces volgens artikel 41 lid 1 en Pro 2 Sr.

De verdachte stelde cassatie in tegen het arrest van het hof. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft het cassatiemiddel beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet tot vernietiging van het arrest kunnen leiden.

De Hoge Raad vond het niet noodzakelijk om de motivering te geven omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Het beroep werd derhalve verworpen.

De uitspraak werd gedaan door de vice-president Borgers als voorzitter en raadsheren Kooijmans en Kuiper, in aanwezigheid van de waarnemend griffier Schnetz, tijdens een openbare terechtzitting op 20 mei 2025.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor poging tot zware mishandeling.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/02594
Datum20 mei 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 3 juli 2023, nummer 21-000343-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1958,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J. Boksem bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
20 mei 2025.