ECLI:NL:HR:2025:741

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 mei 2025
Publicatiedatum
12 mei 2025
Zaaknummer
23/02513
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 285 lid 1 SrArt. 36d SrArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in bedreiging met mes en onttrekking aan het verkeer zaak

De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 juni 2023. De verdachte werd onder meer beschuldigd van bedreiging met een mes door met steekbewegingen te maken in de richting van een ander, en van onttrekking aan het verkeer van een multitool en vier messen.

De verdediging voerde meerdere cassatiemiddelen aan, waaronder een bewijsklacht over de vraag of bij de aangever in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat hij het leven zou kunnen verliezen, gezien de afstand tot de verdachte. Daarnaast werd betwist of de inbeslaggenomen voorwerpen als een gezamenlijke eenheid konden worden beschouwd die allen geschikt waren voor het plegen van soortgelijke feiten.

De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad volgt dit advies en verwerpt het cassatieberoep zonder nadere motivering, omdat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad acht het niet nodig om inhoudelijk in te gaan op de rechtsvragen, aangezien deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor bedreiging met mes en onttrekking aan het verkeer.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/02513
Datum13 mei 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 juni 2023, nummer 21-001508-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
13 mei 2025.