ECLI:NL:HR:2025:737

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 mei 2025
Publicatiedatum
12 mei 2025
Zaaknummer
23/01604
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10a.1.2 OpiumwetArt. 10.5 OpiumwetArt. 11b.1 OpiumwetArt. 26.1 WWMArt. 437 lid 2 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens ontbreken geldige cassatiemiddelen

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam inzake medeplegen van voorbereidingshandelingen voor invoer van heroïne, deelname aan een criminele organisatie en het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie.

De verdachte heeft via zijn raadsman een schriftuur ingediend, maar deze bevat geen stellige en duidelijke cassatiemiddelen zoals vereist volgens artikel 437 lid 2 Wetboek Pro van Strafvordering. De Hoge Raad onderzoekt uitsluitend middelen die voldoen aan de wettelijke criteria.

Omdat de schriftuur niet aan deze vereisten voldoet en de verdachte niet binnen de wettelijke termijn geldige middelen heeft ingediend, verklaart de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk. De uitspraak bevestigt het belang van formele vereisten in cassatieprocedures.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van geldige cassatiemiddelen binnen de wettelijke termijn.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/01604
Datum13 mei 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 14 april 2023, nummer 23-002301-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] (Turkije) op [geboortedatum] 1969,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat H. Polat een schriftuur ingediend.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in zijn cassatieberoep.

2.Beoordeling van de schriftuur en de ontvankelijkheid van het beroep

2.1
Als cassatierechter onderzoekt de Hoge Raad alleen cassatiemiddelen (klachten) als in de wet bedoeld. Als een zodanig cassatiemiddel kan alleen gelden een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gewezen. De schriftuur voldoet niet aan dit vereiste, zodat zij onbesproken moet blijven.
2.2
Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur met cassatiemiddelen heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering. Dat brengt mee dat de Hoge Raad het cassatieberoep niet in behandeling kan nemen.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
13 mei 2025.