Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
13 mei 2025.
Hoge Raad
De betrokkene was in cassatie gegaan tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit heroïnehandel was toegewezen. Het cassatieberoep werd ingediend door de advocaat D.J.M. Dammers. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft de klachten van de betrokkene beoordeeld maar vond deze onvoldoende voor vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad hoefde geen nadere motivering te geven omdat de klachten geen vragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.
Daarnaast constateerde de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, aangezien meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Desondanks leidde deze termijnoverschrijding niet tot een andere rechtsgevolg in deze ontnemingszaak. In de aanhangige strafzaak zal worden beoordeeld of compensatie passend is.
De Hoge Raad heeft het beroep van de betrokkene verworpen en het arrest van het hof gehandhaafd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de ontnemingsvordering blijft gehandhaafd.