ECLI:NL:HR:2025:731

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 mei 2025
Publicatiedatum
12 mei 2025
Zaaknummer
22/04302
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 6 EVRMArt. 10a.1.2 OpiumwetArt. 10a.1.3 OpiumwetArt. 10.4 Opiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in zaak medeplegen productie synthetische drugs

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch in een strafzaak over medeplegen van voorbereidingshandelingen ten behoeve van de productie van synthetische drugs. De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 32 maanden.

De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het hofarrest uitsluitend voor wat betreft de strafduur, met vermindering naar een gebruikelijke maatstaf, en verwerping van het beroep voor het overige. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de verdachte niet leiden tot vernietiging van het arrest, zonder nadere motivering vanwege het ontbreken van noodzaak voor rechtseenheid of -ontwikkeling.

Wel stelde de Hoge Raad ambtshalve vast dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, omdat meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Dit leidde tot vermindering van de opgelegde straf van 32 naar 31 maanden. Het beroep werd voor het overige verworpen.

De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 13 mei 2025.

Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van 32 naar 31 maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn; het beroep wordt voor het overige verworpen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/04302
Datum13 mei 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 4 november 2022, nummer 20-003716-19, in de strafzaak
tegen
[verbalisant] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat I.A. van Straalen bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde straf, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van 32 maanden.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
- vermindert deze in die zin dat deze 31 maanden beloopt;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
13 mei 2025.