Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
13 mei 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake poging tot doodslag in 2018 te Huissen, waarbij verdachte twee maal krachtig tegen het hoofd van het slachtoffer schopte na een kroegruzie.
De advocaat van verdachte diende een schriftuur in, waarna de procureur-generaal de gelegenheid kreeg een advies uit te brengen. De Hoge Raad heeft het beroep inhoudelijk beoordeeld en geoordeeld dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft de Hoge Raad het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken in een openbare terechtzitting op 13 mei 2025.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard, waardoor de veroordeling voor poging tot doodslag in stand blijft.