ECLI:NL:HR:2025:720

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 mei 2025
Publicatiedatum
8 mei 2025
Zaaknummer
24/00522
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 289 SrArt. 45 SrArt. 6:108.4 BWArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak medeplegen poging tot moord in Amstelveen

In deze zaak stond de verdachte terecht voor medeplegen van poging tot moord door in 2019 op een parkeerterrein bij een sportcentrum in Amstelveen meerdere keren met een vuurwapen te schieten op het slachtoffer in het bijzijn van diens vijfjarige zoontje. Het gerechtshof Amsterdam had de verdachte eerder veroordeeld. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld, waarbij ook klachten van de benadeelde partij over de ontvankelijkheid van haar vordering tot vergoeding van affectieschade aan de orde kwamen. De advocaat-generaal had geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, werd geen nadere motivering gegeven. Het cassatieberoep werd derhalve verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof Amsterdam blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/00522
Datum13 mei 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 15 februari 2024, nummer 23-002095-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] (Suriname) op [geboortedatum] 1994,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat D. Bektesevic bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
Namens de [benadeelde] heeft de advocaat O.F. Qane bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van de cassatiemiddelen die namens de verdachte en de benadeelde partij zijn voorgesteld
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
13 mei 2025.