Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
3.Beslissing
13 mei 2025.
Hoge Raad
In deze zaak stond de verdachte terecht voor medeplegen van poging tot moord door in 2019 op een parkeerterrein bij een sportcentrum in Amstelveen meerdere keren met een vuurwapen te schieten op het slachtoffer in het bijzijn van diens vijfjarige zoontje. Het gerechtshof Amsterdam had de verdachte eerder veroordeeld. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld, waarbij ook klachten van de benadeelde partij over de ontvankelijkheid van haar vordering tot vergoeding van affectieschade aan de orde kwamen. De advocaat-generaal had geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, werd geen nadere motivering gegeven. Het cassatieberoep werd derhalve verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof Amsterdam blijft in stand.