Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
21 januari 2025.
Hoge Raad
De Hoge Raad heeft op 21 januari 2025 het cassatieberoep van de verdachte verworpen tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 31 oktober 2022. De zaak betrof meermalige belaging en bedreiging, waarbij het hof een gevangenisstraf oplegde van 240 dagen, waarvan 198 dagen voorwaardelijk, en daarnaast een locatie- en contactverbod als vrijheidsbeperkende maatregel.
De Hoge Raad beoordeelde de ingebrachte cassatiemiddelen, waaronder een bewijsklacht over het stelselmatig maken van inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de aangeefster, de motivering van de straf en de duur van het locatieverbod. Deze klachten konden niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad hoefde geen nadere motivering te geven vanwege het ontbreken van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Daarnaast stelde de Hoge Raad ambtshalve vast dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, aangezien meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Gezien de aard en duur van de straf zag de Hoge Raad hiervan echter geen aanleiding tot een ander rechtsgevolg.
De Hoge Raad bevestigde daarmee het oordeel van het hof en liet de opgelegde straf en vrijheidsbeperkende maatregelen in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hofarrest met de opgelegde straf en vrijheidsbeperkende maatregelen wordt bekrachtigd.