Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
14 januari 2025.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag in een strafzaak over ontucht met een minderjarige. De verdachte werd veroordeeld door het hof, maar in hoger beroep was de dagvaarding niet tijdig betekend volgens artikel 413 lid 1 Sv Pro.
De dagvaarding voor de terechtzitting in hoger beroep van 30 januari 2024 werd pas op 24 januari 2024 uitgereikt, waardoor de verplichte termijn van tien dagen niet werd gerespecteerd. Er was geen bewijs dat de termijn eerder was verkort met toestemming van de verdachte of dat de dagvaarding eerder was betekend. De verdachte verscheen niet op de zitting.
Het hof vervolgde de zitting en verleende verstek tegen de verdachte, terwijl het onderzoek had moeten worden geschorst op grond van artikel 413 jo Pro. 265 lid 3 Sv. De Hoge Raad oordeelt dat dit een schending van het recht op aanwezigheid is en vernietigt het arrest. De zaak wordt terugverwezen naar het hof voor een nieuwe berechting.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe berechting wegens niet-naleving dagvaardingstermijn.