ECLI:NL:HR:2025:631

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 april 2025
Publicatiedatum
17 april 2025
Zaaknummer
22/04359
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 32 ArbeidsomstandighedenwetArt. 307 lid 1 SrArt. 6 lid 1 EVRM
Verwijzingen
8 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Cassatie over arbeidsongeval met dood door schuld en overtreding Arbeidsomstandighedenwet

In deze strafzaak stond een arbeidsongeval centraal waarbij een werknemer om het leven kwam tijdens werkzaamheden met een afgekeurde en versleten heftruck. De verdachte, een rechtspersoon, werd verweten opzettelijk de Arbeidsomstandighedenwet te hebben overtreden door onvoldoende veiligheidsmaatregelen te treffen, en daarnaast werd hem dood door schuld ten laste gelegd.

De rechtbank sprak de verdachte vrij, maar het gerechtshof Amsterdam oordeelde anders en veroordeelde de verdachte. Het hof stelde vast dat het opzet op het nalaten van veiligheidsmaatregelen gericht kon zijn zonder dat het opzet op de wederrechtelijkheid daarvan vereist was. Tevens concludeerde het hof dat de vennootschap aanmerkelijk onvoorzichtig en nalatig had gehandeld, waardoor de dood van de werknemer mede aan haar schuld was toe te rekenen.

In cassatie werden de middelen gericht tegen de bewezenverklaring verworpen. Wel werd geoordeeld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden doordat stukken te laat werden aangeleverd en de Hoge Raad pas na meer dan twee jaar uitspraak deed. Dit leidde tot een vermindering van de opgelegde taakstraf van 100 uur naar 95 uur, met een subsidiaire hechtenis van 47 dagen.

De Hoge Raad vernietigde daarom het hofarrest uitsluitend voor wat betreft de strafmaat en bevestigde het overige. De zaak betreft een belangrijke toetsing van het opzetvereiste bij overtreding van de Arbeidsomstandighedenwet en de toepassing van het redelijke termijnbeginsel in cassatie.

Uitkomst: Vermindering taakstraf naar 95 uur en 47 dagen hechtenis wegens overschrijding redelijke termijn; overige veroordeling blijft in stand.

Uitspraak

s
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/04359 E
Datum22 april 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam, economische kamer, van 9 november 2022, nummer 23-000432-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde taakstraf, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van het eerste en het tweede cassatiemiddel

2.1
De cassatiemiddelen komen op tegen (de motivering van) de bewezenverklaring van het onder 1 en 2 tenlastegelegde.
2.2
De cassatiemiddelen leiden niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3.Beoordeling van het derde cassatiemiddel

3.1
Het cassatiemiddel klaagt dat in de cassatiefase de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) is overschreden omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden.
3.2
Het cassatiemiddel is gegrond. Bovendien doet de Hoge Raad uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Een en ander brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde taakstraf van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft het aantal uren te verrichten taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis;
- vermindert het aantal uren taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis in die zin dat de taakstraf 95 uren beloopt, subsidiair 47 dagen hechtenis;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
22 april 2025.