ECLI:NL:HR:2025:617
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht
Belanghebbende, vertegenwoordigd door A.F.M.J. Verhoeven, stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De griffier van de Hoge Raad wees belanghebbende bij aangetekende brief op de verschuldigdheid van griffierecht en stelde een betalingstermijn van vier weken. Deze brief werd afgeleverd op het opgegeven adres.
Het griffierecht werd echter niet betaald. Vervolgens plaatste de griffier op 26 februari 2025 een bericht in het digitale dossier van belanghebbende met de mogelijkheid om te reageren op het niet betalen van het griffierecht. Deze kennisgeving werd ook via e-mail verzonden. Belanghebbende maakte geen gebruik van deze gelegenheid.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het arrest werd uitgesproken op 17 april 2025 door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.