ECLI:NL:HR:2025:613
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht
Belanghebbende, vertegenwoordigd door A.F.M.J. Verhoeven, stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De griffier van de Hoge Raad wees belanghebbende bij aangetekende brief op de verschuldigdheid van het griffierecht en stelde een termijn van vier weken voor betaling. Deze brief werd afgeleverd op het opgegeven adres, maar het griffierecht werd niet betaald.
Vervolgens ontving belanghebbende een tweede aangetekende brief waarin werd gevraagd om een verklaring voor het niet betalen van het griffierecht. Ook deze brief werd afgeleverd, maar belanghebbende maakte geen gebruik van deze gelegenheid. Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb, verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 17 april 2025.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.