ECLI:NL:HR:2025:608
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie van A.F.M.J. Verhoeven tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 november 2024 behandeld. De kern van het geschil betrof de ontvankelijkheid van het cassatieberoep.
De griffier van de Hoge Raad heeft de indiener bij aangetekende brief op 22 januari 2025 gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht en een termijn van vier weken gesteld. Hoewel de brief is ontvangen, is het griffierecht niet betaald. Vervolgens is op 4 maart 2025 een tweede aangetekende brief gestuurd met de mogelijkheid om een verklaring te geven voor het niet betalen, maar hier is geen gebruik van gemaakt.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad heeft geen proceskosten aan de zijde van de wederpartij toegewezen. Het arrest is op 17 april 2025 in het openbaar gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.