ECLI:NL:HR:2025:595
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslag omzetbelasting
Belanghebbende heeft in cassatie beroep ingesteld tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 19 januari 2023, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen een naheffingsaanslag omzetbelasting en de daarbij behorende beschikking inzake belastingrente over de periode van 1 september 2014 tot en met 31 december 2016 heeft behandeld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft verweer gevoerd en belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend. De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Hiermee blijft de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag in stand en wordt de naheffingsaanslag omzetbelasting en de belastingrente bevestigd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag blijft in stand.