Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2025:540

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 juni 2025
Publicatiedatum
9 april 2025
Zaaknummer
24/01436
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 245 Sr (oud)Art. 248.2 SrArt. 342 lid 2 SvArt. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zedenzaak ontucht met minderjarige tweelingdochters

De zaak betreft een zedenzaak waarin de verdachte, een 38-jarige man, werd veroordeeld voor ontucht met zijn 11-jarige tweelingdochters. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch had hem hiervoor eerder veroordeeld. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest, waarbij hij onder meer klaagde over het bewijsminimum en de betrouwbaarheid van de verklaringen van de aangeefsters.

De Hoge Raad heeft het beroep beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het hof nader te toetsen, omdat de klachten niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het cassatieberoep werd derhalve verworpen.

De uitspraak bevestigt daarmee het oordeel van het hof dat het bewijs, waaronder de verklaringen van de minderjarige aangeefsters, voldoende was om tot een veroordeling te komen. De Hoge Raad benadrukte het toepasselijke bewijsminimum en de beoordeling van de betrouwbaarheid van getuigenverklaringen in zedenzaken.

De uitspraak werd gedaan door de vice-president M.J. Borgers en raadsheren A.E.M. Röttgering en F. Posthumus op 3 juni 2025.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van verdachte voor ontucht met minderjarige tweelingdochters.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/01436
Datum3 juni 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 11 april 2024, nummer 20-002864-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte]
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J.W. Heemskerk bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
3 juni 2025.