ECLI:NL:HR:2025:527
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht
In deze zaak heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie van [X] tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 9 juli 2024 beoordeeld. De kern van het geschil betrof de ontvankelijkheid van het cassatieberoep, waarbij het griffierecht niet was voldaan.
De griffier van de Hoge Raad heeft de indiener van het beroepschrift bij aangetekende brief op 1 januari 2025 gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht en een termijn van vier weken gesteld. Deze brief is volgens Track&Trace bezorgd op het opgegeven adres. Na het uitblijven van betaling heeft de griffier op 11 februari 2025 opnieuw een aangetekende brief gestuurd met de mogelijkheid om een verklaring te geven voor het niet betalen. Ook deze brief is bezorgd, maar er is geen reactie ontvangen.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en is op 4 april 2025 openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.