ECLI:NL:HR:2025:517

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 april 2025
Publicatiedatum
3 april 2025
Zaaknummer
24/01602
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 2:7 BW Curaçao
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad wijst beroep Land Curaçao af in geschil over afdracht reserves overheidsstichting

Het Land Curaçao vorderde van de Stichting Kadaster en Openbare Registers Curaçao de afdracht van reserves van een overheidsstichting. Het hof wees deze vordering af, mede op basis van de toepassing van artikel 2:7 BW Pro Curaçao, dat betrekking heeft op redelijkheid en billijkheid.

Het Land stelde cassatieberoep in tegen deze vonnissen, maar de Hoge Raad oordeelde dat de klachten onvoldoende waren om tot vernietiging van de hofuitspraak te leiden. De Hoge Raad vond geen aanleiding om in deze zaak een nadere motivering te geven, omdat de klachten niet relevant waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt het Land tot betaling van de proceskosten. Hiermee blijft de beslissing van het hof in stand dat het Land geen recht heeft op de gevorderde afdracht van reserves van de Stichting.

Uitkomst: Het cassatieberoep van het Land Curaçao wordt verworpen en het Land wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer24/01602
Datum4 april 2025
ARREST
In de zaak van
HET LAND CURAÇAO,
zetelende in Curaçao,
EISER tot cassatie,
hierna: het Land,
advocaat: J.W.H. van Wijk,
tegen
STICHTING KADASTER EN OPENBARE REGISTERS CURAÇAO,
gevestigd te Willemstad, Curaçao,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de Stichting,
advocaat: A. Knigge.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak CUR202001764 van het gerecht in eerste aanleg van Curaçao van 8 november 2021;
b. de vonnissen in de zaak CUR202001764 - CUR2021H00371 van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 4 juli 2023 en 23 januari 2024.
Het Land heeft tegen de vonnissen van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De Stichting heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor de Stichting mede door R. van Dijken en C.J.D. Warren.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van het Land heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de vonnissen van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van de vonnissen. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt het Land in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Stichting begroot op € 16.410,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien het Land deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, A.E.B. ter Heide, F.R. Salomons en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
4 april 2025.