Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
4 april 2025.
Hoge Raad
Het Land Curaçao vorderde van de Stichting Kadaster en Openbare Registers Curaçao de afdracht van reserves van een overheidsstichting. Het hof wees deze vordering af, mede op basis van de toepassing van artikel 2:7 BW Pro Curaçao, dat betrekking heeft op redelijkheid en billijkheid.
Het Land stelde cassatieberoep in tegen deze vonnissen, maar de Hoge Raad oordeelde dat de klachten onvoldoende waren om tot vernietiging van de hofuitspraak te leiden. De Hoge Raad vond geen aanleiding om in deze zaak een nadere motivering te geven, omdat de klachten niet relevant waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt het Land tot betaling van de proceskosten. Hiermee blijft de beslissing van het hof in stand dat het Land geen recht heeft op de gevorderde afdracht van reserves van de Stichting.
Uitkomst: Het cassatieberoep van het Land Curaçao wordt verworpen en het Land wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten.