Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van de overige cassatiemiddelen
4.Beslissing
25 maart 2025.
Hoge Raad
In deze strafzaak betrof het een arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin de verdachte werd veroordeeld voor mensenhandel, medeplegen van oplichting en medeplegen van seksueel binnendringen bij een vrouw in verminderd bewustzijn. In hoger beroep werd op 9 maart 2023 een verzoek tot het horen van een getuige, de benadeelde, op schrift gesteld en mondeling ingediend.
Bij de stukken die aan de Hoge Raad zijn gezonden, ontbrak dit schriftelijke verzoek. Na navraag bij het hof bleek dat het verzoek niet meer beschikbaar is. Hierdoor kon de Hoge Raad niet beoordelen wat de verdediging precies had aangevoerd ter onderbouwing van het verzoek en of het hof de afwijzing van dit verzoek voldoende had gemotiveerd.
De Hoge Raad oordeelde dat dit een schending van het recht op een behoorlijke procesgang inhoudt en vernietigde daarom het arrest van het hof, maar alleen voor de beslissingen over de tenlasteleggingen en de strafoplegging. De zaak werd terugverwezen naar het hof Amsterdam voor een nieuwe berechting en beslissing over deze punten. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens ontbreken van het schriftelijk verzoek tot het horen van een getuige.