Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
25 maart 2025.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin het hof een voorwaardelijk verzoek van de verdediging tot het horen van getuigen heeft afgewezen. De verdediging had dit verzoek pas bij pleidooi in hoger beroep gedaan, nadat zij gedurende de procedure geen onderzoekswensen had ingediend.
Het hof oordeelde dat het verzoek niet aan het noodzaakcriterium voldeed en dat de procedure als geheel voldeed aan het recht op een eerlijk proces zoals gewaarborgd in artikel 6 EVRM Pro. De Hoge Raad bevestigt dat de verdediging een stellig en duidelijk verzoek moet doen om een concreet aangeduide getuige te horen, wat in deze zaak niet het geval was.
De Hoge Raad verwijst naar de jurisprudentie van het EHRM en eerdere rechtspraak van de Hoge Raad, en concludeert dat het hof niet verplicht was een beslissing te nemen op het verzoek. Het beroep wordt verworpen. Tevens wordt erkend dat de redelijke termijn is overschreden, maar zonder verdere rechtsgevolgen gezien de korte gevangenisstraf.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verzoek tot het horen van getuigen afgewezen.