Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
18 maart 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag waarin de verdachte werd veroordeeld voor meervoudige oplichting via phishing, computervredebreuk, manipulatie van computergegevens en medeplegen van grootschalige oplichting met malafide webwinkels.
De advocaat-generaal adviseerde tot vernietiging van het hofarrest uitsluitend met betrekking tot de duur van de gevangenisstraf, met vermindering naar een gebruikelijke maatstaf, en verwerping van het beroep voor het overige. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten over het hofarrest niet tot vernietiging konden leiden, maar stelde vast dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden vanwege te late aanlevering van stukken door het hof.
Hierdoor werd de opgelegde gevangenisstraf van 21 maanden verminderd tot 19 maanden. De Hoge Raad vernietigde het hofarrest alleen voor zover het de strafduur betrof en verwierp het beroep voor het overige. De uitspraak werd gedaan door een kamer van drie raadsheren onder voorzitterschap van vice-president V. van den Brink.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van 21 naar 19 maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.