Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
18 maart 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft de veroordeling van verdachte voor medeplegen van de verlengde uitvoer van ruim 97 kilo cocaïne op de luchthaven van Sint Maarten. Verdachte en een mededader, beiden bagagemedewerkers, plaatsten drie sporttassen met cocaïne voorzien van bagagelabels in luchtvrachtcontainers bestemd voor een vlucht naar Parijs.
Het hof stelde vast dat de sporttassen met cocaïne waren aangenomen en aangeboden voor vervoer, waarmee de uitvoer in de zin van de Opiumlandsverordening 1960 was voltooid. De verdediging voerde aan dat het ‘aanbieden ten vervoer’ niet was voltooid, maar de Hoge Raad verwierp dit verweer en oordeelde dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had gehanteerd.
Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee het arrest van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van 15 mei 2023 in stand bleef. De Hoge Raad benadrukte dat het hof de bewijsmiddelen en feiten zorgvuldig had gewogen en voldoende had gemotiveerd waarom sprake was van uitvoer. De uitspraak bevestigt de reikwijdte van het begrip uitvoer onder de Opiumlandsverordening en het strafrechtelijk aansprakelijk stellen van bagagemedewerkers die betrokken zijn bij drugssmokkel.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte voor medeplegen van de uitvoer van ruim 97 kilo cocaïne.