Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
7 januari 2025.
Hoge Raad
In deze zaak stond de verdachte terecht voor poging tot doodslag, gepleegd in 2022 in Arnhem, waarbij hij het hoofd van zijn moeder sloeg, haar hoofd tegen de grond bonkte en haar met een mes in het bovenbeen stak. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 5 februari 2024 uitspraak gedaan in deze strafzaak.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof. Namens hem diende advocaat E. Düsünceli een schriftuur in. De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het beroep beoordeeld en de procureur-generaal de gelegenheid gegeven een advies uit te brengen.
De Hoge Raad oordeelde dat het cassatieberoep duidelijk niet kon slagen en maakte gebruik van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren. Hiermee werd het ontslag van alle rechtsvervolging bevestigd.
Het arrest werd op 7 januari 2025 gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, samen met raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, en uitgesproken in openbare terechtzitting.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het ontslag van alle rechtsvervolging bevestigd.