Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
hij op 6 augustus 2020 te Leiden een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een omgebouwde alarmrevolver (waarmee scherpe patronen kunnen worden verschoten), van het merk BBM, type Olympic 38, kaliber .22LR, zijnde een vuurwapen in de vorm van een revolver, heeft overgedragen;
hij op 6 augustus 2020 te Leiden , een wapen van categorie III, onder I van de Wet wapens en munitie, te weten een omgebouwde alarmrevolver (waarmee scherpe patronen kunnen worden verschoten), van het merk BBM, type Olympic 38, kaliber .22LR, zijnde een vuurwapen in de vorm van een revolver en 11 stuks munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 11 stuks rand vuurpatronen, kaliber: .22LR, voorhanden heeft gehad.”
2. De opsporingsambtenaar mag bij de tenuitvoerlegging van het bevel een verdachte niet brengen tot andere strafbare feiten dan waarop diens opzet reeds tevoren was gericht.”
Op basis van deze vaststellingen heeft het hof geoordeeld dat er voorafgaand aan de bevelen tot pseudokoop – van 15 juli 2020 en 6 augustus 2020 – “al sterke aanwijzingen waren dat de verdachte zich (...) bezighield met de handel in wapens” en dat de verdachte niet is gebracht tot het begaan van andere strafbare feiten dan waarop zijn opzet al tevoren was gericht. Dit oordeel getuigt – gelet op artikel 126i lid 2 Sv en de onder 2.3 weergegeven rechtspraak van het EHRM – niet van een onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd.
3.Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige
4.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
5.Beslissing
11 februari 2025.