ECLI:NL:HR:2025:21

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 januari 2025
Publicatiedatum
19 december 2024
Zaaknummer
23/04533
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94a SvArt. 118a.1 SvArt. 134.2.a SvArt. 552a.3 SvArt. 134.2 Sv
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens te late indiening klaagschrift beslag horloge

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een beschikking van de rechtbank Overijssel inzake een klaagschrift over beslag op een horloge. De Duitse autoriteiten hadden een beslag gelegd, waarna de rechtbank het klaagschrift niet-ontvankelijk verklaarde omdat het niet binnen drie maanden na het einde van de vervolging was ingediend, conform artikel 552a lid 3 Sv.

De Hoge Raad onderzocht of het beslag op het horloge was geëindigd door teruggaaf aan klager na een zekerheidsstelling, zoals bedoeld in artikel 118a lid 1 Sv. Uit de ingewonnen informatie bleek dat de zekerheidsstelling was verrekend met een openstaand bedrag van een confiscatiebevel van Duitse autoriteiten, waardoor het voorwerp aan klager was teruggegeven.

De Hoge Raad concludeerde dat het beslag daarmee was beëindigd en dat het klaagschrift te laat was ingediend, waardoor klager niet-ontvankelijk is in zijn cassatieberoep. De Hoge Raad verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en nam het cassatieberoep niet in behandeling.

Uitkomst: Het cassatieberoep van klager wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening van het klaagschrift.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/04533 B
Datum7 januari 2025
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Overijssel van 22 november 2023, nummer RK 23/024057, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976,
hierna: de klager.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft J.J. Weldam, advocaat in Utrecht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de klager in zijn cassatieberoep.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad kan het cassatieberoep van de klager niet in behandeling nemen. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
7 januari 2025.