Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
19 december 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch inzake de afgifte van in totaal 30 kilogram cocaïne, strafbaar gesteld onder artikel 2.B van de Opiumwet. De verdachte werd door het hof veroordeeld, waarna hij in cassatie ging. Namens de verdachte werden verschillende cassatiemiddelen ingebracht, waaronder een bewijsklacht en een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt tot vrijspraak.
De advocaat-generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, is geen nadere motivering van het oordeel gegeven.
Daarnaast heeft de Hoge Raad ambtshalve vastgesteld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro is overschreden, aangezien meer dan twee jaar zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Gezien de beperkte overschrijding is geen aanleiding voor verdere rechtsgevolgen.
De Hoge Raad heeft het beroep uiteindelijk verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd.