Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
3.Beoordeling van de cassatiemiddelen die namens de verdachte zijn voorgesteld
4.Beslissing
19 december 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin verdachte werd vrijgesproken van medeplegen van uitvoer van cocaïne, maar veroordeeld voor voorbereidingshandelingen en medeplegen van verkoop en bezit van cocaïne.
Het openbaar ministerie stelde cassatieberoepen in tegen de vrijspraak over het buiten het grondgebied brengen van cocaïne, terwijl de verdachte cassatie instelde tegen het OM en de verbeurdverklaring van zijn telefoon. De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte had geoordeeld dat het leveren aan een politiële pseudokoper binnen Nederland geen uitvoer buiten Nederland kon zijn.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof voor zover het ging om de uitvoer en strafoplegging en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting. De overige klachten van de verdachte werden verworpen zonder nadere motivering, conform artikel 81 lid 1 RO Pro.
De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren op 19 december 2025. De zaak is verbonden met andere zaken met nummers 23/04540, 23/04583 en 23/04584.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt deels arrest hof en wijst zaak terug voor hernieuwde berechting.