Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
16 december 2025.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de Hoge Raad op 16 december 2025 uitspraak gedaan in een cassatieprocedure tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 17 augustus 2023. De verdachte, een vennootschap, was betrokken bij voorbereidingshandelingen met betrekking tot grootschalige hennepteelt, wat in strijd is met de Opiumwet. De verdachte had verweer gevoerd tegen de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie en had bewijsuitsluiting bepleit, omdat de administratie van de vennootschap was vernietigd. De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige had geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar alleen wat betreft de hoogte van de opgelegde geldboete, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De Hoge Raad heeft de cassatiemiddelen beoordeeld en geconcludeerd dat de klachten niet konden leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof. De Hoge Raad heeft echter ambtshalve vastgesteld dat de redelijke termijn, zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens, was overschreden. Dit leidde tot een vermindering van de opgelegde geldboete van € 30.000 naar € 28.500. De Hoge Raad heeft de uitspraak van het hof vernietigd, maar alleen wat betreft de hoogte van de geldboete, en het beroep voor het overige verworpen.