Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
16 december 2025.
Hoge Raad
De Hoge Raad heeft op 16 december 2025 arrest gewezen in de zaak tegen verdachte wegens poging tot oplichting van een energiebedrijf door het onjuist doorgeven van meterstanden. De benadeelde partij vorderde een schadevergoeding van €3.283,41 voor het vermeende teveel verbruik van elektriciteit.
De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden, omdat onvoldoende duidelijk was waarop de berekening van het elektriciteitsverbruik van 64.507 kWh was gebaseerd en of de benadeelde partij daadwerkelijk te weinig geld had ontvangen of teveel had terugbetaald door de onjuiste meterstanden. De Hoge Raad volgde dit advies en vernietigde het deel van het arrest dat betrekking had op de schadevergoeding en de daarmee samenhangende schadevergoedingsmaatregel.
Daarnaast stelde de Hoge Raad vast dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep was overschreden, waardoor de opgelegde taakstraf van 150 uren, subsidiair 75 dagen hechtenis, werd verminderd naar 143 uren taakstraf, subsidiair 71 dagen hechtenis.
De zaak wordt terugverwezen naar het hof Arnhem-Leeuwarden voor een nieuwe beoordeling van de schadevergoeding en de schadevergoedingsmaatregel. Het overige cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt deels arrest en wijst zaak terug; taakstraf verminderd wegens termijnoverschrijding.