ECLI:NL:HR:2025:1930

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 december 2025
Publicatiedatum
14 december 2025
Zaaknummer
23/03740
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 lid 1 EVRMArt. 326.1 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende motivering schadevergoeding poging oplichting energiebedrijf

De Hoge Raad heeft op 16 december 2025 arrest gewezen in de zaak tegen verdachte wegens poging tot oplichting van een energiebedrijf door het onjuist doorgeven van meterstanden. De benadeelde partij vorderde een schadevergoeding van €3.283,41 voor het vermeende teveel verbruik van elektriciteit.

De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden, omdat onvoldoende duidelijk was waarop de berekening van het elektriciteitsverbruik van 64.507 kWh was gebaseerd en of de benadeelde partij daadwerkelijk te weinig geld had ontvangen of teveel had terugbetaald door de onjuiste meterstanden. De Hoge Raad volgde dit advies en vernietigde het deel van het arrest dat betrekking had op de schadevergoeding en de daarmee samenhangende schadevergoedingsmaatregel.

Daarnaast stelde de Hoge Raad vast dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep was overschreden, waardoor de opgelegde taakstraf van 150 uren, subsidiair 75 dagen hechtenis, werd verminderd naar 143 uren taakstraf, subsidiair 71 dagen hechtenis.

De zaak wordt terugverwezen naar het hof Arnhem-Leeuwarden voor een nieuwe beoordeling van de schadevergoeding en de schadevergoedingsmaatregel. Het overige cassatieberoep werd verworpen.

Uitkomst: Hoge Raad vernietigt deels arrest en wijst zaak terug; taakstraf verminderd wegens termijnoverschrijding.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/03740
Datum16 december 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 september 2023, nummer 21-005389-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de beslissing op de vordering van de benadeelde partij Enexis Netbeheer B.V. en de in verband daarmee opgelegde schadevergoedingsmaatregel, en tot terugwijzing van de zaak naar het hof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak in zoverre opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over de toewijzing door het hof van de vordering van de benadeelde partij tot vergoeding van materiële schade en over de in verband daarmee opgelegde schadevergoedingsmaatregel. De klacht ziet enkel op de post “verbruik elektriciteit 64507 kWh x € 0.05090: € 3.283,41”.
2.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 4.2 tot en met 4.7 en 4.9 tot en met 4.12.

3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde taakstraf van 150 uren, subsidiair 75 dagen hechtenis.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft het aantal uren te verrichten taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis, en de beslissing over de door de benadeelde partij gevorderde schadevergoeding wat betreft de post “verbruik elektriciteit 64507 kWh x € 0.05090: € 3.283,41” en de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;
- vermindert het aantal uren taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis in die zin dat de taakstraf 143 uren beloopt, subsidiair 71 dagen hechtenis;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak ten aanzien van de beslissing over de door de benadeelde partij gevorderde schadevergoeding wat betreft de post “verbruik elektriciteit 64507 kWh x € 0.05090: € 3.283,41” en de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel opnieuw wordt berecht en afgedaan;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
16 december 2025.