ECLI:NL:HR:2025:1916
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht
Belanghebbende, een besloten vennootschap, stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland. De griffier van de Hoge Raad wees belanghebbende bij aangetekende brief op de verschuldigdheid van het griffierecht en stelde een termijn van vier weken voor betaling. Hoewel de brief door belanghebbende is ontvangen, werd het griffierecht niet voldaan.
De griffier plaatste vervolgens een bericht in het digitale dossier van belanghebbende, met een verzoek om opheldering over het niet betalen van het griffierecht. Belanghebbende ontving dit bericht eveneens, maar maakte geen gebruik van de gelegenheid om te reageren.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De Hoge Raad zag geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren op 12 december 2025.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.