ECLI:NL:HR:2025:1914
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht
Belanghebbende, vertegenwoordigd door A.F.M.J. Verhoeven, stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag. De griffier van de Hoge Raad stelde belanghebbende bij aangetekende brief op 12 september 2025 in kennis van de verschuldigdheid van griffierecht en gaf een termijn van vier weken voor betaling.
Hoewel de brief volgens Track&Trace was ontvangen, werd het griffierecht niet voldaan. Op 15 oktober 2025 plaatste de griffier een bericht in het digitale dossier van belanghebbende, waarin gelegenheid werd geboden om te reageren op het niet betalen van het griffierecht. Deze kennisgeving werd ook per e-mail verzonden.
Belanghebbende maakte geen gebruik van deze gelegenheid. Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De Hoge Raad zag geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. Het arrest werd op 12 december 2025 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.