ECLI:NL:HR:2025:1910
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht
Belanghebbende, vertegenwoordigd door A.F.M.J. Verhoeven, stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 6 juni 2025. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 28 augustus 2025 gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en een betalingstermijn van vier weken gesteld. Deze brief is volgens Track&Trace bezorgd op het opgegeven adres.
Het griffierecht is echter niet voldaan binnen de gestelde termijn. Op 29 september 2025 heeft de griffier een bericht in het digitale dossier geplaatst met de mogelijkheid voor belanghebbende om een reden voor de niet-betaling te geven. Tevens is hiervan een kennisgeving verzonden naar het opgegeven e-mailadres. Belanghebbende heeft geen gebruik gemaakt van deze gelegenheid.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. Het arrest is op 12 december 2025 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.