ECLI:NL:HR:2025:1891

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 december 2025
Publicatiedatum
11 december 2025
Zaaknummer
24/04684
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake uitleg splitsingsreglement appartementsrecht

Eisers hebben tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam beroep in cassatie ingesteld in een geschil over de uitleg van het splitsingsreglement binnen het appartementsrecht. De zaak betrof twee vonnissen van de rechtbank Amsterdam en een arrest van het hof Amsterdam, waarbij de Hoge Raad zich baseert op de eerdere uitspraken.

De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep verworpen moet worden. De Hoge Raad heeft de klachten van eisers over het arrest van het hof beoordeeld, maar geoordeeld dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en eisers veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, begroot op een totaal van €3.073,-- vermeerderd met wettelijke rente indien niet tijdig voldaan. Het arrest is gewezen door de vicepresident als voorzitter en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eisers wordt verworpen en zij worden veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer24/04684
Datum12 december 2025
ARREST
In de zaak van
1. [eiser 1],
wonende te [plaats],
2. DE PALTZ B.V.,
gevestigd te Soest,
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [eisers],
advocaat: H.J.W. Alt,
tegen
VERENIGING VAN EIGENAARS [appartementencomplex],
gevestigd te [plaats],
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de VvE,
advocaten: M.J. van Basten Batenburg en M. van Tiel.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaken C/13/717798 / HA ZA 22-410 en C/13/717799/ HA ZA 22-411 van de rechtbank Amsterdam van 28 september 2022 en 15 maart 2023;
b. het arrest in de zaak 200.328.940/01 van het gerechtshof Amsterdam van 24 september 2024.
[eisers] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De VvE heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor de VvE toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal S.E. Bartels strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eisers] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de VvE begroot op € 873,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eisers] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren A.E.B. ter Heide en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
12 december 2025.