Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
12 december 2025.
Hoge Raad
In deze zaak hebben de huurders cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag waarin de ontbinding van hun huurovereenkomst voor woonruimte en de ontruiming waren toegewezen. De verweerster, 3B Wonen, heeft verweer gevoerd tegen het cassatieberoep en de kinderen van de huurders zijn verstek verklaard.
De Hoge Raad heeft de klachten van de huurders beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Het hof had het vonnis van de kantonrechter Rotterdam bekrachtigd, waarin de ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming waren uitgesproken. De Hoge Raad heeft daarbij geen motivering gegeven omdat de klachten niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Met de verwerping van het cassatieberoep is de veroordeling tot ontruiming onherroepelijk geworden. De Hoge Raad heeft bepaald dat het vonnis opnieuw moet worden betekend en dat de huurders verplicht zijn tot ontruiming binnen drie maanden na betekening. Tevens zijn de huurders veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding ten gunste van 3B Wonen.
Uitkomst: Cassatieberoep van huurders verworpen; ontruiming binnen drie maanden na hernieuwde betekening.