ECLI:NL:HR:2025:1879

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 december 2025
Publicatiedatum
10 december 2025
Zaaknummer
23/02333
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 32 ArbowetArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in arbeidsongeval met vrijspraak medeplegen Arbowet

In deze zaak stond een arbeidsongeval centraal waarbij een werknemer om het leven kwam tijdens het laden van containers. De verdachte werd door het hof vrijgesproken van medeplegen van de overtreding van artikel 32 van Pro de Arbeidsomstandighedenwet. Het openbaar ministerie stelde cassatieberoep in tegen deze vrijspraak.

Het cassatiemiddel richtte zich op de klacht dat het hof de grondslag van de tenlastelegging zou hebben verlaten door de verdachte vrij te spreken enkel omdat niet de verdachte of medeverdachte, maar een andere onderneming de werkgever van het slachtoffer was. De Hoge Raad oordeelde dat dit middel faalt en verwees naar een parallel arrest waarin de motivering uitgebreid is toegelicht.

De Hoge Raad vond geen aanleiding om de uitspraak van het hof te vernietigen en verwerpt het cassatieberoep. Het arrest bevestigt dat het hof niet onrechtmatig heeft gehandeld door de verdachte vrij te spreken op de grond dat de werkgever van het slachtoffer een andere partij was. De zaak wordt hiermee definitief afgesloten.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de vrijspraak van verdachte wegens medeplegen overtreding Arbowet.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/02333 E
Datum16 december 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch, economische kamer, van 2 juni 2023, nummer 20-003766-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door het openbaar ministerie. Het heeft bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De raadsman van de verdachte, N. Gonzales Bos, heeft het beroep van het openbaar ministerie tegengesproken.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof voor wat betreft de beslissing over het onder 1 tenlastegelegde en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, zodat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw kan worden berecht en afgedaan.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt in de kern dat het hof de grondslag van de tenlastelegging heeft verlaten door de verdachte vrij te spreken van de gehele tenlastelegging (het tenlastegelegde medeplegen van de overtreding van artikel 32 Arbeidsomstandighedenwet) op grond van de enkele omstandigheid dat niet de verdachte of de medeverdachte [verdachte] , maar [A] , de werkgever was van [slachtoffer] .
2.2
Het cassatiemiddel faalt. De redenen daarvoor staan vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak 23/02332 E, ECLI:NL:HR:2025:1878 onder 5.2 tot en met 5.4.

3.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
16 december 2025.