Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
3.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
4.Beslissing
16 december 2025.
Hoge Raad
In deze zaak stond een arbeidsongeval centraal waarbij een werknemer om het leven kwam tijdens het laden van containers. De verdachte werd door het hof vrijgesproken van medeplegen van de overtreding van artikel 32 van Pro de Arbeidsomstandighedenwet. Het openbaar ministerie stelde cassatieberoep in tegen deze vrijspraak.
Het cassatiemiddel richtte zich op de klacht dat het hof de grondslag van de tenlastelegging zou hebben verlaten door de verdachte vrij te spreken enkel omdat niet de verdachte of medeverdachte, maar een andere onderneming de werkgever van het slachtoffer was. De Hoge Raad oordeelde dat dit middel faalt en verwees naar een parallel arrest waarin de motivering uitgebreid is toegelicht.
De Hoge Raad vond geen aanleiding om de uitspraak van het hof te vernietigen en verwerpt het cassatieberoep. Het arrest bevestigt dat het hof niet onrechtmatig heeft gehandeld door de verdachte vrij te spreken op de grond dat de werkgever van het slachtoffer een andere partij was. De zaak wordt hiermee definitief afgesloten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de vrijspraak van verdachte wegens medeplegen overtreding Arbowet.