Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
5 december 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een geschil tussen de erfgenamen van een overleden vrouw en het Openbaar Lichaam Bonaire (OLB) over een perceel grond dat in 1959 aan de erflaatster was verkocht. In 1995 gaf de rechtsvoorganger van OLB abusievelijk erfpacht uit aan een derde, die daarop een woning bouwde. De erfgenamen protesteerden tegen deze situatie en vorderden onder meer ontruiming van het perceel en schadevergoeding.
Het hof wees de vordering tot ontruiming af, maar veroordeelde OLB tot betaling van een bedrag aan erfgenamen onder de voorwaarde dat zij het perceel gelijktijdig aan OLB zouden overdragen. De Hoge Raad oordeelt dat het onjuist is om aan de veroordeling tot betaling van de ontvangen erfpachtcanon de voorwaarde te verbinden dat de erfgenamen het perceel moeten overdragen.
De Hoge Raad vernietigt dit deel van het vonnis en veroordeelt OLB in de kosten van het cassatiegeding. De overige klachten van de erfgenamen worden verworpen zonder nadere motivering. De uitspraak bevestigt dat een veroordeling tot schadevergoeding niet onterecht mag worden gekoppeld aan een overdracht van eigendom zonder rechtsgrond.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de voorwaardelijke veroordeling tot betaling van erfpachtcanon zonder overdracht van het perceel en veroordeelt het Openbaar Lichaam Bonaire in de kosten.