Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
9 december 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake poging tot afpersing bij een overval op een avondwinkel. De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van zestien maanden. In cassatie werd onder meer verzocht om nader DNA-onderzoek, welke verzoeken werden afgewezen.
De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest, maar uitsluitend voor wat betreft de strafduur, met vermindering van de straf tot de gebruikelijke maatstaf. De Hoge Raad oordeelde dat de overige klachten onvoldoende waren voor vernietiging en dat geen nadere motivering nodig was.
Vanwege het feit dat meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep, werd de redelijke termijn overschreden zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro. Dit leidde tot vermindering van de gevangenisstraf van zestien maanden naar vijftien maanden en twee weken.
De Hoge Raad vernietigde het arrest uitsluitend voor de strafduur, verminderde de straf conform de redelijke termijn, en verwierp het beroep voor het overige. Het arrest werd uitgesproken op 9 december 2025 door de vice-president Borgers en raadsheren Van Strien en Posthumus.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot vijftien maanden en twee weken wegens overschrijding van de redelijke termijn.