ECLI:NL:HR:2025:1837

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 december 2025
Publicatiedatum
4 december 2025
Zaaknummer
24/00671
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 141 SrArt. 41 SrArt. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Cassatie over noodweer bij openlijke geweldpleging in fastfoodrestaurant

De zaak betreft een vechtpartij in een fastfoodrestaurant waarbij verdachte en zijn medeverdachte als beveiligers betrokken waren, evenals klanten. Verdachte werd door het hof veroordeeld voor openlijke geweldpleging op grond van artikel 141 lid 1 Sr Pro. De verdediging voerde aan dat sprake was van noodweer, onder meer omdat de aangevers ook hadden geduwd, geslagen en getrapt, en stelde dat politieagenten passief bleven tijdens het incident.

Het hof verwierp het beroep op noodweer en oordeelde dat het slaan met een stoel wel als noodweer kon worden beschouwd, maar het gelijktijdig vastpakken van de benen niet. De Hoge Raad heeft in cassatie de klachten van verdachte beoordeeld, waaronder de vraag of het hof terecht geen rekening hield met het geweld van de aangevers, en of het hof terecht niet op de passiviteit van politieagenten was ingegaan.

De Hoge Raad oordeelde dat deze klachten niet tot vernietiging van het arrest konden leiden en dat het niet nodig was om de vragen te beantwoorden die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het cassatieberoep werd daarom verworpen.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Den Haag blijft in stand voor openlijke geweldpleging.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/00671
Datum9 december 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 16 februari 2024, nummer 22-000777-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat N.F. Christiansen bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
9 december 2025.