Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
2 december 2025.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag waarin de verdachte werd veroordeeld voor rijden onder invloed van cannabis. Het hof had geoordeeld dat de resultaten van het bloedonderzoek als bewijs konden dienen omdat was voldaan aan het voorschrift dat bloedmonsters 'zo spoedig mogelijk' bij het laboratorium werden bezorgd, ondanks een tijdsverloop van 28 dagen tussen bloedafname en ontvangst.
De Hoge Raad overweegt dat het hof onvoldoende concrete vaststellingen heeft gedaan over de wijze van bewaren en vervoer van de bloedmonsters. De brief van een onderzoeker van het NFI betrof slechts een algemene werkwijze, en het proces-verbaal van de opsporingsambtenaar gaf geen specifieke informatie over de omstandigheden van het bewaren en transport in deze zaak.
Gezien het belang van het tijdsverloop en de strikte waarborgen van artikel 13 lid 1 onder Pro d van het oude Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer, is het oordeel van het hof onvoldoende onderbouwd. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling.
Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken in een openbare terechtzitting op 2 december 2025.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.