ECLI:NL:HR:2025:1804

Hoge Raad

Datum uitspraak
28 november 2025
Publicatiedatum
28 november 2025
Zaaknummer
24/04394
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 85 lid 4 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in geschil over non-conformiteit tweedehands auto

In deze zaak stond de koop van een tweedehands auto centraal waarbij eiser stelde dat sprake was van non-conformiteit en ernstige gebreken. Het geschil werd door de rechtbank Rotterdam en het gerechtshof Den Haag behandeld, waarbij het hof op 3 september 2024 een arrest wees dat in cassatie werd aangevochten.

Eiser stelde meerdere klachten in tegen het arrest van het hof, onder meer over procesrechtelijke aspecten zoals schending van het hoor en wederhoor en de toepassing van de tweeconclusieregel. Verweerder 1 diende een verweerschrift in, terwijl verweerder 2 en ABC Auto’s verstek lieten gaan.

De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest. Daarbij was het niet nodig om inhoudelijk in te gaan op de rechtsvragen, omdat deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het cassatieberoep is daarom verworpen.

Eiser is veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, begroot op €3.073 aan de zijde van verweerder 1, vermeerderd met wettelijke rente bij niet-betaling binnen veertien dagen. De uitspraak is gedaan door de raadsheren du Perron, Schaafsma, Salomons en ter Heide op 28 november 2025.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer24/04394
Datum28 november 2025
ARREST
In de zaak van
[eiser] ,
wonende te [plaats] ,
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser] ,
advocaat: M.W. van der Heijden,
tegen
1. [verweerder 1] ,
wonende te [plaats] ,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [verweerder 1] ,
advocaat: D. Rijpma,
2. [verweerder 2] ,
wonende te [plaats] ,
3. ABC AUTO’S VOF,
gevestigd te Leeuwarden,
hierna: [verweerder 2] en ABC auto’s,
VERWEERSTERS in cassatie,
niet verschenen.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak 9478739 CV EXPL 21-32872 van de rechtbank Rotterdam van 21 januari 2022;
b. het verstekarrest in de zaak 200.306.514/01 van het gerechtshof Den Haag van 13 december 2022;
c. het verzetarrest in de zaak 200.306.514/02 van het gerechtshof Den Haag van 3 september 2024.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof van 3 september 2024 beroep in cassatie ingesteld.
[verweerder 1] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
Tegen [verweerder 2] en ABC auto’s is verstek verleend.
De zaak is voor [verweerder 1] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder 1] begroot op € 873,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan en aan de zijde van [verweerder 2] en ABC auto’s begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
28 november 2025.