ECLI:NL:HR:2025:1787

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 december 2025
Publicatiedatum
26 november 2025
Zaaknummer
24/03877
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9.2 WVW 1994Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatie beroep wegens rijden met ongeldig verklaard rijbewijs

In deze zaak stond de vraag centraal of uit het feit dat het hof heeft vastgesteld dat het besluit tot ongeldigverklaring van het rijbewijs aan de verdachte persoonlijk is uitgereikt, kan worden afgeleid dat de verdachte redelijkerwijs moest weten dat haar rijbewijs ongeldig was verklaard. De verdachte was door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld voor het rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs, op grond van artikel 9.2 van de Wegenverkeerswet 1994.

De verdachte stelde in cassatie een bewijsklacht in tegen deze vaststelling. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Daarbij was het niet nodig om inhoudelijk in te gaan op de vragen, omdat deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, zoals bedoeld in artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de verdachte verworpen en daarmee het arrest van het hof bekrachtigd. De uitspraak werd gedaan door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter en de raadsheren A.L.J. van Strien en R. Kuiper op 16 december 2025.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/03877
Datum16 december 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 16 oktober 2024, nummer 20-000808-24, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten J.H.L. Antonides en M. Draaijers bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
16 december 2025.