Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
4 februari 2025.
Hoge Raad
De betrokkene werd door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ter zake flessentrekkerij, waarbij het hof een betalingsverplichting van €98.043,20 oplegde. De betrokkene stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend met betrekking tot de hoogte van de betalingsverplichting, en adviseerde tot vermindering daarvan volgens de gebruikelijke maatstaf.
De Hoge Raad heeft de klachten van de betrokkene beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof. Omdat het cassatieberoep meer dan twee jaar heeft geduurd, is de redelijke termijn overschreden zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro. Dit leidt tot een vermindering van de opgelegde betalingsverplichting.
De Hoge Raad vernietigt daarom het hofarrest uitsluitend voor wat betreft de hoogte van de betalingsverplichting en vermindert deze tot €93.043,20. Het beroep wordt voor het overige verworpen. De motivering van het hof dat de betrokkene het wederrechtelijk verkregen voordeel heeft behaald door het doorverkopen van twee bestelde maar niet betaalde laptops wordt als toereikend beschouwd.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de betalingsverplichting tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel tot €93.043,20 wegens overschrijding van de redelijke termijn.