ECLI:NL:HR:2025:1757
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam. De griffier van de Hoge Raad stuurde belanghebbende een aangetekende brief met een termijn van vier weken om het griffierecht te voldoen. Deze brief werd volgens Track&Trace afgeleverd op het opgegeven adres.
Na het uitblijven van betaling plaatste de griffier een bericht in het digitale dossier van belanghebbende en stuurde een kennisgeving naar het opgegeven e-mailadres, waarmee belanghebbende officieel werd geïnformeerd over de niet-betaling en in de gelegenheid werd gesteld om te reageren.
Belanghebbende maakte geen gebruik van deze gelegenheid. Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en sprak het arrest uit in aanwezigheid van de voorzitter en raadsheren.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.