Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
25 november 2025.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van de verdachte tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 20 februari 2024, waarin hij werd veroordeeld wegens mishandeling door slaan, stompen, schoppen en stampen. De verdachte betwistte onder meer de bewezenverklaring en de toewijzing van schadevergoeding aan de benadeelde partij.
De Hoge Raad heeft de cassatieklachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De klachten over de motivering van de bewezenverklaring en de toewijzing van zorg- en reiskosten als rechtstreekse schade zijn verworpen. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om inhoudelijk op de vragen in te gaan, omdat deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Het beroep is verworpen, waarmee het hofarrest in stand blijft. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren van de Strafkamer van de Hoge Raad, in aanwezigheid van de waarnemend griffier.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Amsterdam blijft in stand.